In gesprek met onderwijsbestuurders: over koers, keuzes en de kracht van context gedreven leiderschap. Deze keer met Frank Neefs, bestuurder bij VO Walcheren.

Belangrijkste inzichten uit het gesprek:
- Goed onderwijs vraagt om sterke regionale samenwerking.
- Krimp vraagt om creativiteit en lobbykracht.
- Zij-instromers kunnen een duidelijke meerwaarde hebben.
- Meer inclusief onderwijs lukt alleen met integrale samenwerking tussen onderwijs en zorg.
- De rol van bestuurder draait om verbinding en toekomstgericht denken.
"Zeeland: centraal in West-Europa"
Ik spreek met Frank Neefs, bestuurder bij VO Walcheren, dat sinds 1 januari 2026 ontstaan is uit de fusie tussen CSW en de Mondia Scholengroep. Eén van de vele fusies die Frank mede gerealiseerd heeft in eigenlijk alle uithoeken van Nederland. Nu woont en werkt hij in Zeeland. In dit interview deelt Frank zijn visie op leiderschap, onderwijsontwikkeling en de specifieke uitdagingen in Zeeland. Hoe gaat hij om met krimp, personeelstekorten en de realisatie van meer inclusief onderwijs? Het was een mooi gesprek met een optimistisch, energiek mens. Een fitte levensgenieter die de kwaliteit en schoonheid die de regio te bieden heeft weet te waarderen. Samen eten, een goede wijn en het gesprek dat daarbij hoort, geven hem energie. Het past bij hoe hij naar zijn werk kijkt: kwaliteit ontstaat in verbinding. Dat zie je terug in de gastronomie, maar net zo goed in hoe onderwijsbestuurders, gemeenten en partners samenwerken aan duurzame oplossingen.
Wat heeft jou ooit doen besluiten om bestuurder te worden?
Voor mij is dat nooit een bewuste keuze geweest. De rode draad in mijn loopbaan is organisatieverandering en innovatie. Of dat nu in sport, welzijn of onderwijs was, overal ging het om verbeteren en vernieuwen. Op een gegeven moment komt dan de vraag wie zo’n proces wil trekken. Dan stap ik toch wel vaak naar voren. Mijn eerste bestuurlijke rol ontstond vanuit een concrete uitdaging: omgaan met krimp. Dat sprak me aan, omdat het vraagt om ‘out of the box’-oplossingen en echte samenwerking.
Wat drijft je om dit werk te doen? Waar ga jij ‘van aan’?
Onderwijs is een prachtig werkveld. Je hebt te maken met jongeren in een belangrijke fase van hun leven. Het gaat niet alleen om kennis, maar ook om vaardigheden, gedrag en burgerschap. Wat ik belangrijk vind is dat je met mensen werkt die vaak sterk gemotiveerd zijn. Je draagt direct bij aan de toekomst van jongeren en altijd in verbinding met de samenleving. Tegelijk kan het onderwijs het niet alleen. Je hebt ouders, gemeenten en andere partners nodig om het goed te doen.
Jullie investeren veel in het netwerk rondom de school. Hoe ziet dat eruit?
In Zeeland werken we intensief samen. Denk aan PO, VO, MBO en HBO-besturen, naast de intensieve samenwerking met de gemeenten en de provincie. En natuurlijk ook instanties zoals Jeugdzorg en andere maatschappelijke organisaties. We doen dat via overlegstructuren en gezamenlijke programma’s, zoals de Zeeuwse Onderwijsregio. Ook zitten we aan tafel bij bredere plannen, zoals Zeeland 2050, waar onderwijs een duidelijke rol heeft.
Wat maakt Zeeland speciaal als onderwijsregio?
Wij hebben echt te maken/te maken gehad met krimp. Dat is iets anders dan een lichte leerlingendaling. In sommige situaties dreigde een school te verdwijnen, terwijl de afstand naar een andere school te groot werd voor leerlingen. Een vorige Staatsecretaris van Onderwijs suggereerde dat leerlingen best 40 kilometer kunnen fietsen als ze naar het Gymnasium willen. Je begrijpt dat wij dat als kansloos achtten. We hebben dat opgelost door een intensieve lobby richting Den Haag op te starten en de samenwerking met bedrijven en gemeenten te intensiveren. Ook zij hebben belang bij een compleet onderwijsaanbod in de regio en gelukkig zagen zij dat ook in. We hebben veel aandacht in media en politiek gegenereerd en uiteindelijk leidde dat tot o.a. extra financiering, zodat onderwijs bereikbaar bleef. Daar ben ik samen met Dennis Roobeek, mijn collega-bestuurder, best trots op.
Zeeland is een krimpregio. Dat geldt niet alleen voor leerlingaantallen. Het lijkt mij niet makkelijk om voldoende geschikte mensen te vinden. Van docenten tot staffuncties. Hoe zorgen jullie ervoor dat het onderwijs toch gewoon kan worden aangeboden?
Het is nergens makkelijk, hier ook niet. Toch zien we kansen. Zeeland wordt steeds aantrekkelijker als woonregio, daar investeert ook de provincie enorm in. Als mensen eenmaal voor Zeeland of voor VO Walcheren hebben gekozen, dan willen ze ook niet meer weg uit onze groene, ruime en rustige provincie. Initiatieven zoals “Lesgeven in Zeeland” helpen hierbij echt en daardoor lukt het ons om ook mensen buiten de regio aan ons te binden. Voor tekortvakken blijft het lastig. Daarnaast verwachten we de komende jaren meer druk door pensionering van leraren.
Wist je overigens dat we ons hier Europees gezien in een culinaire driehoek bevinden? In de provincie vind je vijf restaurants met samen zes Michelin-sterren. Net over de grens, in West-Vlaanderen, groeit dat aantal door naar zo’n 25 sterren.

Hoe kijken jullie naar zij-instromers in leidinggevende functies?
Daar sta ik heel open in. Ik ben zelf ook een zij-instromer. Na de ALO begonnen als sportinstructeur bij defensie en vervolgens in het onderwijs aan de slag gegaan maar al snel in allerlei meer bestuurlijke functies terechtgekomen. Ook een periode in Afrika gewerkt waar onderwijs ook gewoon doorgaat, met in onze ogen primitieve middelen, maar het werkt. Wat voor mij telt als ik iemand op gesprek heb die niet uit het onderwijs komt, en dat kan voor elke vacature zijn, zijn motivatie en drijfveren, ervaring met jongeren, organiseren en leidinggeven en de bereidheid om het onderwijs te leren kennen. Mensen uit andere sectoren kunnen juist veel toevoegen. Ze brengen andere perspectieven en ervaring mee.
Hoe verloopt bij jullie de transitie naar meer inclusief onderwijs?
We kunnen tegenwoordig meer leerlingen binnen de school ondersteunen dan vroeger. Tegelijk zijn de uitdagingen groter geworden. De problematiek bij leerlingen is complexer geworden, de klassen zijn te groot om goede ondersteuning te kunnen bieden en wij vinden dat specialistische ondersteuning eerder moet starten. De wachttijden zijn te lang. Volgens mij moet je veel eerder investeren, al vóór de schooltijd. En je moet budgetten beter samenbrengen, in plaats van gescheiden systemen. Ik zeg vaak: Stel een Minister van Jeugdzaken aan en zorg dat budgetten van onderwijs en jeugdhulpverlening echt effectief en zinvol worden ingezet.
Hoe zie jij je rol als bestuurder?
Ik ben een passant. Het gaat niet om mij, maar om de leerlingen van nu en straks. Als bestuurder moet je vooruit kijken, partners verbinden en voorwaarden creëren voor goed onderwijs. De dagelijkse uitvoering ligt bij de scholen en dat doen ze goed. Mijn rol is om het grotere geheel te versterken en te borgen naar de toekomst toe.
Welke plannen heb je als je met pensioen mag?
Ik verwacht zeker niet stil te gaan zitten. Ik heb een groot netwerk en veel ervaring, die wil ik blijven inzetten voor het onderwijs en daarbuiten. Bijvoorbeeld in adviesrollen of toezicht. Maar zover is het nog niet. VO Walcheren – en Zeeland – hebben mij nog veel moois te bieden.

Welke onderwijsbestuurder wil jij graag geïnterviewd zien?
Ik ben Marianne Vader (bestuurder bij Surplus) regelmatig in mijn werk tegengekomen. We sparren ook wel eens over wat zaken. Ik ben wel benieuwd hoe zij daar nu als bestuurder in het spel zit.
We maken nog even een foto bij ‘De Boei’, die niet alleen symbool staat voor Zeeland, maar ook voor VO Walcheren, baken van verbinding en goed onderwijs in de regio.
Harmen van der Panne
Senior consultant bij ScoliX




